Hulp nodig? Bezoek onze Ondersteuningssite, dan


Cuba: Un poco por Dios

  1. In 2002 reisde ik voor mijn werk naar Curaçao. Niet bepaald een straf kan ik u melden. Ik verbleef in een luxe resort en werd ruim 6 dagen in de watten gelegd met af en toe een vergaderingetje, bijeenkomst of presentatie. Je moet de dingen vooral niet willen overhaasten daar en ik pas mij vaak moeiteloos aan, aan mijn omgeving.
    Ik had besloten om, in plaats van rechtstreeks terug naar Nederland te vliegen, eerst nog een tussenvlucht naar Cuba te nemen. Wij waren met ons gezin daar eerder dat jaar op vakantie geweest en ik had daar veel lieve mensen in beroerde omstandigheden leren kennen. Ik sleepte dan ook een extra koffer mee, gevuld met medicijnen die daar op dat moment niet te krijgen waren en twee lap-tops die waren afgeschreven.

    Op het vliegveld bleek dat de vliegschema´s waren aangepast in verband met een naderende orkaan. Er ging die middag nog maar een vlucht naar Cuba en in plaats van rechtstreeks op Havanna vlogen we via Venezuela, waar een Cubaanse hotemetoot nog aan boord moest. Het was 11 uur ´s avonds toen we eindelijk in Cuba aankwamen. Ik moest opschieten want het autoverhuurbedrijf zou om middernacht sluiten en ik moest nog door de douane heen. De douane bleek een eerste forse hindernis. “Why you here again en where is husband”. Mijn uitleg zorgde voor veel gefrons en overleg. Ik moest apart gaan zitten bij wat Venezolanen en er kwamen honden aan onze bagage snuffelen. Het feit dat een van de honden na wat bemoediging om mijn schoot ging liggen hielp ook niet. Ik moest mee naar een kamertje, helemaal (!) strippen en mijn koffer werd binnenstebuiten gekeerd. Intussen was ik boos, moe en opstandig. Een oeverloze discussie met een van de douaniers volgde. Mocht ik de spullen wel meenemen? Dat mocht, na veel soebatten en nadat ik wat medicijnen en een laptop had ingeleverd.

    Uiteindelijk stond ik om 2 uur ’s ochtends in een vrijwel verlaten hal van het vliegveld. De balie van het autoverhuurbedrijf was gesloten. Stond ik dan. Dus ik begaf me naar de bar, die wel open was, en bestelde een glas bruine rum, waar ik inmiddels ontzettend aan toe was. De barkeeper vroeg naar mijn naam en of ik uit Nederland kwam. Mijn Cubaanse vrienden hadden na mijn telefoontje over de gewijzigde vluchtplannen wat telefoontjes gepleegd. De barman nam me mee naar buiten, wees een auto aan en gaf mij de sleutels. “ buen viaje bellaza”.
    Er lag geen kaart in de auto en ik moest ruim honderd kilometer rijden om naar Varadero te komen, waar mijn vrienden wonen. Geen kaart en geen tomtom dat is al beroerd, maar als je ook geen richtingsgevoel hebt….
    Uiteindelijk ben ik gaan rijden in de hoop borden Varadero tegen te komen, maar ja dat gebeurde niet. Ik ben gestopt bij een paar borden met mij onbekende plaatsnamen en heb naar huis gebeld. Daar keek mijn man op de kaart en kon mij vertellen dat ik al 20 kilometer de verkeerde kant op aan het rijden was.

    Inmiddels was het 3 uur ’s morgens. Dus ik maakte rechtsomkeert en belandde weer in Havanna. Omdat ik niemand kon bereiken (er was alleen telefoon op een kantoortje in het dorp) en wist dat ze op me zaten te wachten was een hotel nemen geen optie.
    Maar in Cuba staan dag en nacht overal mensen te liften. Een gebrek aan auto’s en openbaar vervoer. Na heel veel lifters en kilometers vol gezang en slokjes rum (tja verkeer is er ook niet) belandde ik, nog per ongeluk ook, in het dorp waar ik moest zijn. In de bar zaten ze op me te wachtten. Iedereen was helemaal opgelucht en bij elke fles rum die werd geopend goten ze een slokje op de grond. Por Dios.

    We hebben ontbeten (slapen zat er toch niet meer in) en zijn eerst de spullen maar gaan brengen. Die waren allemaal voor mensen in dat dorp bedoeld. We zijn familieleden afgegaan, in uitgeleefde krotten, romantische opgeruimde krotten en in een ziekenhuis waarvan ik me helemaal het apelazarus schrok. De man die wij antibiotica moesten brengen lag op een gore matras in een verroest bed. In de toiletten lagen kranten en uitwerpselen op de vloer. Ik was echt gechoqueerd. Ik dacht dat onderwijs en gezondheidszorg daar in elk geval wel geregeld waren. Ik voelde me zo ongemakkelijk en ook bezwaard. Ik had wel geld. Ik kon in Cuba alles kopen of regelen wat ik wilde. Zij waren overgeleverd aan, in mijn ogen, mensonterende omstandigheden.

    Diezelfde avond zijn we naar Havanna teruggereden waar ik (illegaal) drie kamers voor ons huurde. Cubanen worden namelijk niet toegelaten in hotels waar toeristen komen.
    Na het eten, in een restaurantje dat vanuit een huiskamer werd uitgebaat, liepen we door de straten van Havanna, wetend dat de familie de restjes zou eten die wij hadden overgelaten. Ik was moe en van slag van zoveel ellende. Tijdens onze vakanties daar had ik wel wat gezien, maar ik was er nog nooit zo rechtstreeks mee geconfronteerd.
    Ineens hoorde ik de muziek van de Buena Vista Social Club. Die kwam uit een soort clubhuis. We gingen naar binnen en tot mijn verbijstering zat daar Compay Segundo, de enige echte. Te spelen met vrienden in een uitgewoonde ruimte met wat plastic stoeltjes. In die tijd was de band helemaal hot en happening en ook al wist ik het wel, het was toch raar om een wereldberoemde artiest in een oud clubhuis te zien spelen. Na instructies van vrienden: “blijf in een hoekje zitten en zeg niet teveel, doe maar of je Cubaanse bent anders betalen we drie keer zoveel voor de drank” gingen zij naar het kraampje naast de ingang om rum te kopen. Met mijn uiterlijk is proberen niet op te vallen en Cubaans over te komen nogal onzinnig, dus zodra de heren de ruimte hadden verlaten stopte Compay met spelen.
    “Hello blond lady, where are you from? Do you want to sit with me?”
    En zo zat ik naast de hoog bejaarde grote muzikant die de sterren van de hemel speelde en tussendoor galant mijn hand kuste en flirtte dat het een lust was. Vanaf mijn ereplaats zag ik alleen maar lachende vrolijke mensen, die genoten van de muziek, dansten, flessen rum met elkaar deelden en intens tevreden waren met wat ze wel hadden.

    Ik, de “geslaagde zakenvrouw” uit Nederland, die de hele dag medelijden met deze mensen had gehad besefte eens te meer dat deze arme Cubanen vele malen rijker zijn dan veel van mijn Nederlandse vrienden en kennissen ooit kunnen worden.

    De blog waarbij ik hulp nodig heb is mariabionda.wordpress.com.

Topic Gesloten

Dit onderwerp is gesloten voor nieuwe antwoorden.

Over dit onderwerp

  • 4 jaren dagen geleden gestart door mariabionda
  • Dit onderwerp heeft 1 artikel
  • Dit onderwerp is niet opgelost
  • RSS feed voor dit onderwerp

Tags